|
In het dorpsblad Op en om de Terp verscheen tussen 2001 en 2004 in de rubriek ‘Ditjes en datjes’ een serie verhalen over het Warffum van vroeger. Deze verhalen, die een mooi beeld geven van het dorpsleven in de vorige eeuw, zijn voor de dorpskrant opgetekend door J.P.J. Knol, J. Toonstra en J. Pater. Graag publiceren we ze ook weer op deze website, soms in iets gewijzigde vorm. Het onderstaande verhaal gaat over Epko Kuiper (1994-1929), die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de introductie van elektriciteit in het dorp.

Nummer 38
Epko Kuiper werd in 1884 geboren in Eenrum. Na de lagere school trad hij als leerling in dienst bij een horlogemaker. Toen hij na acht jaar het vak horloge- en klokkenmaker onder de knie had, verhuisde hij naar Warffum. Hij was inmiddels getrouwd met Harmanna Luidens, die eveneens uit Eenrum afkomstig was. Het echtpaar woonde in eerste instantie in de Hoofdstraat, waar Epko op nummer 38 een winkel inrichtte voor de verkoop van klokken en horloges.
Nadat het gezin was uitgebreid met de kinderen Eltje (1909) en Klaas (1910) kocht Epko Oosterstraat 38. Dit huis, dat groter was dan dat aan de Hoofdstraat, had aan de zuidzijde een vertrek met een aparte ingang dat van 1910 tot 1920 dienst deed als synagoge. (Dit pand werd rond 1965 vervangen door het huidige woonhuis.)
Noorderstraat 1
De opkomst van elektriciteit werd met grote belangstelling gevolgd door Epko. Hij zag mogelijkheden voor de toekomst en ging daarom op 26-jarige leeftijd particuliere lessen volgen in de stad. Een schoolopleiding op dit gebied was er toen nog niet. Toen het moment naderde dat ons dorp werd aangesloten op het elektriciteitsnet, besloot Epko zich samen met zijn zus en zwager Hendrik Havinga (die smit was in Mensingeweer) toe te leggen op het aanleggen van elektriciteit. De zwagers kochten het pand Noorderstraat 1, inclusief een kruidenierswinkel en café. Hendrik en Lina gingen beneden wonen en Epko en Harmanna betrokken de bovenverdieping. Oosterstraat 38 was door manufacturier Jan Boot van Epko overgenomen.
Binnen een jaar liep de samenwerking tussen de participanten echter wegens onverenigbaarheid van karakters op de klippen. De familie Kuiper kocht een perceel aan de Oosterstraat waarop een woning en een vlasfabriek stonden. Het fabriekje werd afgebroken en Epko verkocht een deel van het perceel aan meubelmaker Piet Wiltjer, die er in 1923 zijn winkel/woonhuis bouwde (nu Oosterstraat 40). Het bestaande woonhuis (Oosterstraat 42) werd door Epko uitgebreid met een winkel. Hij vestigde zich er als elektricien/horlogemaker.
Klimsporen
Epko heeft in die jaren een groot deel van het elektriciteitsnet in Warffum aangelegd, samen met zijn concurrenten, de gebroeders Wilkens. Het net was aanvankelijk bovengronds: de elektriciteitskabels werden boven op houten palen met elkaar verbonden. Naast het huis van Kuiper lagen altijd stapels houten palen klaar.
De bovengrondse leidingen waren uiteraard zeer gevoelig voor storing. Epko moest regelmatig met zijn klimsporen de palen in om reparatiewerkzaamheden te verrichten aan gebroken of verwarde leidingen. Vooral ’s winters was dit een koude klus. Soms kwam Epko als een bevroren sneeuwman omlaag.
Ook de zogeheten ‘binnenleidingen’ in de woningen werden door Epko aangelegd. In de meeste meterkasten van de huizen was destijds een metalen plaatje bevestigd met de tekst ‘E. Kuiper – elektricien’. Die binnenleiding stelde toen overigens nog niet veel voor. De meeste woningen hadden aanvankelijk slechts één lamp met schakelaar, in de woonkamer. Alleen de grootste huizen hadden soms één of twee extra lampen. Stopcontacten waren nog schaars. Ze waren ook niet echt nodig: er waren immers nog maar weinig elektrische apparaten.
Het dorp was vanaf 1914 ook voorzien van elektrische straatverlichting. Dat betekende het einde van de petroleumlantaarns, die werden opgestoken zodra het donker werd. De laatste ‘lantaarnopsteekster’ was Aaltje Puma, die bij het invallen van de duisternis met haar laddertje op de rug de schaarse lantaarns afging. Om tien uur ’s avonds doofde ze de lampen weer, om ze – wanneer nodig – ’s morgens weer aan te steken.

Zelfgebouwde radio’s
Epko verdiepte zich in de vele mogelijkheden van zijn vak. Zo maakte hij zelf radiotoestellen. Samen met ingenieur E.M. van der Zijl, directeur van de HBS, zat hij in de school te experimenteren. Deze zelfgebouwde radio’s verkocht hij in zijn winkel. Boer Geert Reinders was de eerste klant die er één kocht.
De elektra werden zo’n groot deel van zijn werkzaamheden dat Epko besloot voor de reparatie van horloges en klokken een knecht in dienst te nemen. Dit werd Albert Datema, zoon van een Winsumer horlogemaker. Ook voor de elektriciteit werd een knecht aangetrokken: Klaas Keizer.
Toen Epko’s zoon Klaas in 1924 de lagere school verliet, ging hij ook in de zaak aan het werk. Hij volgde in de stad de avondschool om zich te bekwamen tot elektricien. Het horlogemaken leerde hij van zijn vader.
Longontsteking
De zaak floreerde en de werkzaamheden bleven zich uitbreiden. In de strenge winter van 1929 liep Epko echter een ernstige longontsteking op. Hiervoor was toentertijd nog geen afdoende behandeling. Na slechts negen dagen overleed hij, 44 jaar oud. Epko’s overlijden was voor het gezin, dat op dat moment naast Harmanna, Eltje en Klaas ook bestond uit een tweeling van zeven en een zoontje van twee, Johannes. De twee meisjes gingen lange tijd in zwarte jurkjes en met een zwarte strik in het haar naar school.
Zoon Klaas zette als negentienjarige het bedrijf voort, samen met knecht Klaas Keizer. Voor moeder Harmanna waren het zware jaren. Ze stond in de winkel, had een huishouding met drie kleine kinderen en een knecht die inwoonde. Daarnaast at ook Albert Datema geregeld mee. Deze vrouw heeft in die jaren enorm veel arbeid verricht. Gelukkig werd ze jarenlang ondersteund en terzijde gestaan door Aaltje Puma, de voormalige lantaarnopsteekster.
Hartversterking
In 1930 werd een begin gemaakt met het vervangen van de bovengrondse leiding door ondergrondse elektrische kabels. Als vertegenwoordiger van de Maatschappij van Laagspanningsnetten te Warffum had de firma Kuiper hier volop werk aan. De afdeling klokken en horloges werd op een lager pitje gezet.
De administratie en boekhouding deed Klaas zelf. In die jaren was het nog de gewoonte dat ondernemers slechts eens per jaar een rekening voor geleverde diensten stuurden. Dit gebeurde in de eerste week van januari. De klant kwam persoonlijk zijn rekening voldoen. Hij kreeg hierbij als dank een borrel aangeboden. Omgekeerd kregen werkmensen bij hun opdrachtgevers een hartversterking aangeboden wanneer een grote klus was geklaard. Dit liep wel eens zo uit de hand dat de werklui moeite hadden om hun huis terug te vinden.
Klaas Keizer vertrok na een aantal jaren bij de firma Kuiper en vestigde zich op een steenworp afstand als concurrent, namelijk in het pand van ‘lapkewinkel’ Laning aan de Oosterstraat 28. Hij werd opgevolgd door Mans Oosterhuis uit Uithuizen.
Wonderkoken
In de loop der jaren werden er meer elektrische apparaten ontwikkeld, die ook steeds betaalbaarder werden. Zo kwamen er strijkijzers en stofzuigers. De omzet van de winkel steeg navenant.
De grootste noviteit midden jaren dertig was het elektrisch koken. De familie Kuiper was het eerste gezin in Warffum waar de maaltijden elektrisch werden bereid. In de kranten verschenen advertenties waarin de Warffumers werden opgeroepen om bij de firma Kuiper dit wonder te komen aanschouwen. Het was een lucratieve handel: Kuiper leverde immers ook de bijbehorende speciale pannen.
In december 1938 trad Klaas in het huwelijk met Hilda Bolhuis uit Baflo. Klaas en zijn vrouw namen officieel het bedrijf over, waarna moeder Harmanna zich terugtrok. Zij liet een huis bouwen aan de ‘Nijweg’ (Juffer Marthastraat 2), waar ze nog jarenlang twee kostgangers had. Bovendien kookte ze ’s middags een warme maaltijd voor zes leerlingen van de HBS en kwamen op schooldagen 10 à 12 kinderen bij haar hun broodje eten.
Hilda nam met verve de winkelverkoop over van haar schoonmoeder, terwijl Johannes, de jongste broer van Klaas, een aantal jaren in de zaak werkzaam was als knecht.
Vier generaties
De winkel werd in 1951 vergroot en in 1971 – nadat Klaas’ zoon Epko (*1944) de zaak van zijn vader had overgenomen – nog eens. Epko en zijn echtgenote Aafke zetten het bedrijf tot 1999 voort. Ze ruilden van huis met hun zoon Klaas (*1971). Die verkocht het pand eind 2008, waarna er dus voor het eerst in zo’n negentig jaar geen Kuiper meer in het huis woonde. In de loop van 2009 is Oosterstraat 42 geheel verbouw en opgeknapt. Het is inmiddels niet meer herkenbaar als het winkelpand dat het zo lang is geweest.

Tweelingen
Tot slot enige bijzonderheden… Er hebben in totaal vier generaties Kuiper op het adres Oosterstraat 42 gewoond. In die tijd zijn maar liefst drie eeneiige tweelingen geboren: Jacoba en Luisina (1921), Ewiena en Harmanna (± 1948) en Jan en Klaas (1971).
Met dank aan mevrouw Huizenga-Kuiper en uitgebreid met informatie afkomstig uit het boek Warffum, zo ’t is, zo ’t was van Jan de Boer et al. (De twee eerste afbeeldingen zijn uit dit boek overgenomen). Het boek is in Warffum nog te koop bij Spoorzicht, Spar Bosma, het Hoogelandmuseum en bij Het Boekenschuurtje, en in Uithuizen bij boekhandel Venema.
|