Verhalen

Foto: Koos boertjens

Koninginnedag 2004 in Welgelegen

Buurman Gerard, die naast buurman ook nog de burgemeester van de gemeente Eemsmond was, had me gevraagd of er een podium in mijn tuin mocht staan waarop een groep kinderen op een verhoging een lied zou zingen. Op het lage deel van het podium werd een orkest geposteerd. Ik vond het goed. Overmoedig door mijn goedkeuring, stelde hij een tweede vraag. Of ik mijn huis ter beschikking wilde stellen als safe house voor de koninklijke familie. Hoewel ik me amper kon voorstellen wat dat inhield, vond ik ook dat goed. Alles wees erop dat koninginnedag 2004 rap naderde. Thuis vertelde ik mijn vrouw dat we een podium in de tuin kregen en dat ons huis een safe house zou zijn op 30 april. Ze stelde mij de vraag die ik natuurlijk zelf aan Gerard had moeten stellen: wat houdt dat in, een safe house? Het ging me te ver om terug te gaan naar de buurman om het te vragen. Daarom probeerde ik het me voor te stellen. ‘Een safe house is vast en zeker een veilige plek waar de koningin heen kan vluchten als er iets aan de hand is.’
‘Zoals wat dan,’ vroeg mijn vrouw. Ik dacht na, want wat kon er nu gebeuren in Warffum. ‘Een aanslag of een ander ongelukje of als ze naar de wc moet,’ fantaseerde ik. Dat laatste leek mijn vrouw wel logisch. Een dag later verbood ze mij om de wc, die het dichtst bij de voordeur is, nog te gebruiken. Ze had hem net grondig schoongemaakt en hij blonk als een spiegeltje. ‘Nu maar hopen dat ze nodig moet,’ riep ik om haar te complimenteren met haar werk.
Op 28 april kwam een bedrijf een groot podium in de tuin voor ons huis plaatsen. Die avond, het begon al aardig te zomeren en alle kinderen speelden buiten, bevolkte een forse kinderschare het podium. Niet om muziek te maken, maar om te skateboarden, te rennen, er vanaf te springen of om eronder te kruipen. Ik vond het toen al een geslaagd feest.
Een dag later arriveerde het volgende bedrijf. Dit bracht een onfatsoenlijke hoeveelheid dranghekken. Ze werden op de stoepen langs de route geplaatst, maar ook dwars door onze tuin. Van die afspraak was ik niet op de hoogte. Ik begon mij een beetje een gevangene in mijn eigen huis en tuin te voelen. Gelukkig duurde dat maar kort, want die middag kreeg ik van een meneer van de organisatie, er waren er veel van, een mooi armbandje. Als ik dat omdeed mocht ik zomaar door mijn eigen tuin wandelen. Sterker nog: als ik wilde mocht ik zelfs naar mijn eigen wc.
Met een hoop herrie werd een groen terreinwagentje mijn tuin ingereden. De bestuurder vroeg of het achter mijn huis geparkeerd mocht worden, want hij zou zomaar gestolen kunnen worden. Dat leek me sterk. Het was dan wel een stevig ding, maar met al hekken zou een dief niet ver komen. Ik wilde natuurlijk wel weten waar het voor diende. ‘Twee van de prinsen gaan er morgen in rondknorren,’ liet de man me weten. ‘Dan geef ik hem alleen aan een prins. Hoe herken ik hem?’ Ik kreeg geen antwoord meer.
Op 30 april werd ik vroeg wakker. Ik denk rond half zeven. Mijn vrouw, mijn kinderen en mijn gasten (zwager en schoonzus) sliepen nog. Na een snelle kop koffie en een boterham ging ik de hond uitlaten. Met mijn rechter mouw opgestroopt, zodat mijn armbandje goed zichtbaar was, liep via de tuin de openbare weg op. Ik maakte me wat zorgen om mijn hond, want die had geen bandje, maar problemen bleven uit. Bij terugkomst stonden er twee heren voor mijn deur. Ze wilden net aanbellen, maar ik riep dat dit niet nodig was. Ze vroegen: ‘U bent..?’
‘Ja, riep ik. En wie bent u?’Ze lieten me een identificatiekaartje zien. Het kon ook een abonnement op het zwembad zijn, maar gek genoeg accepteerde ik hun uitleg dat ze van de veiligheidsdienst waren. Hun namen heb ik niet gehoord of die hebben ze me niet verteld. Waarschijnlijk was dat geheim. Ze vroegen of ze binnen mochten komen. Zo beleefd dat ik niet kon weigeren.
‘We willen even het hele huis door om te checken,’ zeiden ze. ‘Nou, het is een safe house, hoor,’ liet ik weten. ‘Zelfs de wc is superschoon.’ Ze lachten om het grapje en haalden tegelijkertijd ieder een walkietalkie uit hun binnenzak. Ik leidde ze door het huis heen en boven op de gang kwamen we, het was intussen zeven uur, mijn nog slaperige zwager tegen. Ik stelde hem gerust met de woorden dat de heren alleen de boel wilden inspecteren op ongerechtigheden. Mijn zwager, wakkerder dan hij eruit zag, zei: ‘Wat u daar in de buurt van de wc ruikt is geen ongerechtigheid. Dat doe ik elke ochtend.’ Weer lachten de heren beschaafd. Een van hen haalde een telescoopstaaf uit zijn tas en bevestigde er een spiegeltje op. Zo kon hij bovenop elke kast kijken, maar ook de onderkant van allerlei meubelen werd geïnspecteerd. Ik schrok er wel een beetje van, want wie weet welke ongerechtigheden er op of onder onze kasten bevonden. Mijn vrouw had dan wel aan de wc gedacht, maar vast niet aan de onder- en bovenkant van alle meubelen.
De heren leken tevreden en vroegen of ze even door de tuin mochten lopen. Ik had geen bezwaar en zag dat het podium al aardig bevolkt raakte. De muzikanten hadden hun instrumenten uitgepakt en zaten al op het podium. Hun tassen, zakken en koffers ervoor hadden ze in de loze ruimte onder de verhoging, waar de kinderen straks plaats zouden nemen, op een hoop gegooid.
Lichtelijk aangeslagen door zoveel troep zwaaide geheimagent 327, ik had hem voor mezelf maar een naam gegeven, met zijn spiegeltje. ‘Dit is niet te controleren,’ zei hij tegen zijn collega. Zullen we de boel maar vrijgeven?’ Zijn collega knikte en pakte zijn walkietalkie. Ik hoorde hem tegen iemand praten die ergens ver weg of misschien wel dichtbij was: ‘Het object is gecleard, over en uit.’
Op de televisie zagen we de koningin met haar gevolg in een paar helikopters op het voetbalveld van Warffum landen. We konden ze ook horen. In het echt, niet alleen via de televisie. Het zou niet lang meer duren voor ze voor ons huis stonden. De geheimagent en ik hadden goed zicht op de Stationsweg voor ons huis vanuit mijn biljartkamer. Nog even en ze zouden er zijn. ‘Zullen we een potje biljarten?’ vroeg 327 verveeld.
Op dat moment renden er twee prinsen, ik had ze niet als prinsen herkend, mijn tuin in en haalden het groene terreinwagentje op.
Een kwartier later was de koninklijke familie per trein naar Groningen vertrokken. Er was geen aanslag gepleegd, er was geen ongeluk gebeurd en de koningin hoefde niet naar de wc, maar voor het groene terreinwagentje waren we een echt safe house. Meer dan een decennium na 2004 genieten we nog na.

Henk van Welzen

alt


Mooi was die tijd, die tijd dat Warfheem nog Warfheem was. Gezellig centrum voor ouderen, een kaartje leggen en je oude dag beleven in een gemoedelijke sfeer. Tijden veranderen, mensen worden ouder en zijn langer bereid zelfstandig te wonen, dus ook ouderenzorg is onderhevig aan veranderingen. Allemaal waar, maar toch…

Als ik ’s avonds terugkwam van mijn mannenkoor en over het Smeltenspad reed, zwaaide ik naar m’n vader die daar op de 2e etage woonde. Later woonde de heer Evert Dekker daar en zwaaide ik altijd naar hem. Het waren die contacten die warmte gaven, gewoon zwaaien naar een mededorpsbewoner. Ik vermag te hopen dat dit ooit terugkomt en dat mededorpsbewoners later naar mij zwaaien in het voorbijgaan.

Velen doen hun best om ouderenzorg in Warffum op peil te houden, helemaal goed. Want zo mag het niet blijven, een leeg Warfheem, waar de laatste bewoners met stille trom zijn vertrokken.

Jan Dopma

Subcategorieƫn

In deze categorie vindt u alle verenigingen, accomodaties en overige organisaties die zich bezighouden met sport.